Alles wat je aandacht geeft, groeit


1 maart was de eerste dag van haar laatste jaar van Miriam Bierhaus als jeugdwerker in Zeist-West. Hoe is het om het laatste jaar in te gaan?

Miriam: “Ik ben nu begonnen om de dingen te borgen. Tegelijkertijd pak ik ook nog steeds nieuwe dingen op, ik verbind lijntjes en blijf veel investeren. Zolang er niets nieuws is, kan je niet loslaten. Eigenlijk schaatsen we met oude schaatsen aan, we hebben andere schaatsen nodig. De nieuwe schaatsen zijn al in ontwerp aanwezig, dit zijn de vijf speerpunten van het beleidsplan. Dit ontwerp komt van de tekentafel af en is nu aan het ontkiemen in de gemeente. Ook is het natuurlijk nog niet voor iedereen concreet genoeg om het mede vorm te geven. We hebben in januari besloten om de huidige vorm van de Kliederkerk even on hold te zetten. Een deur gaat dicht en er is weer een raam geopend want via een gemeentelid ben ik contact gebracht met een initiatief vanuit de Parochie in Zeist, waar ze ook bezig zijn met het concept van de kliederkerk. We puzzelen gewoon weer verder.”

“We blijven in beweging. Daarnaast mogen we accepteren en aanvaarden dat bepaalde activiteiten anders zijn dan in het verleden. Willen we verder groeien dan zullen we ook moeten snoeien. Ook gebeuren er veel dingen in het verborgene. Een mooi voorbeeld uit mijn eigen praktijk: ik stuurde een appje aan de jeugdclub Jes, waarin ik vertelde wat we gingen doen: geen reactie. Daarna stuurde ik een appje: “wie wil er cola, en wie Fanta?” Daar kreeg ik antwoord op, en ook nog een suggestie voor Ice Tea. Een mooi leermoment voor mijzelf. Hoe spreek ik de ander aan, hoe verplaats ik mij in de ander. Wat mij ook altijd goed doet, is het feit dat jongeren zich ook afmelden als ze niet komen. Ik voel en ervaar verbondenheid ook al zeggen ze: “ik kom niet”. Veel is niet tastbaar en meetbaar in cijfers.”

“Wanneer je naar de leeftijdsopbouw kijkt is het aantal jeugdigen bij ons minimaal, vergeleken bij het aantal gemeenteleden boven de 60+. We trekken samen met andere wijkgemeentes op om blijvend aandacht te kunnen geven aan de kinderen, tieners en jongeren die er nu zijn. Dit vraagt wel om een blijvende investering, niet alleen door ouders maar door ons allen als gemeente. Geloofsopvoeding begint thuis bij de opvoeding als basis en in de kerk is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de hele wijkgemeente. Als dat niet gebeurt dan wordt het jeugdwerk alleen maar een activiteit die gedaan wordt, missen we de bodem - waarom doen we dit. Wat ik zie is: keuzes die in het verleden gemaakt zijn, werken door en hebben consequenties voor het nu. Wat wij nu kunnen doen en gedaan hebben, is keuzes maken die leiden tot een andere vorm van kerk-zijn. Die keuzes die we gemaakt hebben, 5 speerpunten, moeten we meenemen en verder inhoud geven.”

“Als gemeente denken we na over de keuzes waarvoor we ons inzetten buiten het kerkgebouw. De uitgeprocedeerde asielzoekers, vluchtelingenwerk, de energiemars. Wanneer we gaan luisteren naar de jongeren en gaan waar zij gaan en aansluiten bij hun vragen en behoeften, kunnen we meer samen optrekken en hoeven we niet onze idealen overboord te gooien, hoeven wij niet hen te overtuigen en kunnen we samen op onderzoek gaan. Wij met onze kennis en ervaringen en de kinderen, tieners en jongeren met een open blik. Gericht op een gezamenlijke toekomst. We kunnen er ook voor kiezen om voor onze ouderen te gaan. Welke koers we ook varen: vasthouden aan en borgen van de speerpunten uit het beleidsplan is belangrijk voor de kerkenraad en de gemeente. Het resultaat zien we niet meteen maar misschien wel pas over 10 jaar. Alles wat je aandacht geeft, groeit.”

“Ik heb verbinding gelegd met de NGK, met de wijkgemeentes Noorderlicht, De Bron en incidenteel op activiteit-niveau met de Parochie. Deze contacten houd ik gaande. Dat gaat nooit lineair, het blijft verrassend. De Bron organiseert een kinder-Goede Vrijdag en ik vraag aan de ouders in onze gemeente om mee te gaan. De samenwerking is in een pril stadium, elkaar leren kennen en proberen om samen dingen aan te gaan. Zo ben ik meer dingen aan het uitzetten. Ik heb een planning gemaakt voor het jeugdwerk: het is klein en vaak in het verborgene. Mijn manier van doen is een ideetje opperen en daar draagvlak voor zoeken in de gemeente. Jeugdwerk is meestal niet het eerste wat mensen aanpakken. Je moet er iets mee hebben. Het vraagt moed, durf en soms ook wat uithoudingsvermogen om samen met jongeren op te trekken. Zij vragen om je agenda soms los te laten en om je aan te sluiten bij hun leefwereld. Zij vragen mij om uit mijn eigen comfortzone te stappen. Zij geven mij een doorkijkje in hun leven en ik geniet zo met hen. Jongeren hobbelen niet meer mee zoals wij misschien wel deden. Wij hebben met elkaar een schat als kerk en de uitdaging is om samen te zoeken naar manieren deze te delen en zo bezig te zijn met het doorgeven. Vanuit liefde, met als bedoeling dat iedereen jong en oud zich veilig en geborgen en gezien voelt in de kerk.”

“We kunnen aansluiten bij wat er is, dichtbij en ver weg en met elkaar blijvend in gesprek gaan over maatschappelijke ontwikkelingen en onze eigen persoonlijke ontwikkeling, We kunnen onze waarden en normen laten zien en ons geloof uitdragen. Zelf ervaar ik een kerkdienst/viering als een plek van voeding. Deze voeding neem ik mee naar buiten en ik probeer kerk-zijn door te geven door in de wereld te staan, in contact te zijn met anderen en mij gedragen te weten door de Eeuwige. Daarvoor word ik gevoed door de gemeenschap. Voor mij is de essentie van kerk-zijn: het dragen met elkaar en elkaar bemoedigen. Er zijn voor de ander. Ieder met zijn eigen gaven en talenten. Ik kan dit niet alleen en werk graag samen.
Ik ga door met zaaien. Ik deel graag mijn ervaringen en mijn vragen.”


(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden - PKN Zeist-West

Deze pagina afdrukken