U bevindt zich hier: Berichten  

GODS WERKHOF: EERT IN ELKANDER GOD
 



 

Dat was de huisregel van het voormalige Slotklooster Gods Werkhof in Werkhoven, zo vertelde zuster Josephine Boevé. Zij leidde op een zaterdag in mei een groep van 20 Zeisternaren rond die afkomstig waren uit de Parochie, de Broedergemeente en PKN-Zeist-West. Deze 20 inwoners van Zeist waren ingegaan op een uitnodiging van een intiatiefgroepje dat al ruim 30 jaar oecumenische kloosterweekenden had georganiseerd. Bijna altijd naar kloosters verder weg, of in België. Maar kennen we het klooster en het kloosterleven net om de hoek?

Gods Werkhof is het laatste slotklooster dat gebouwd (1960) werd volgens de oude richtlijnen van de katholieke kerk. De monialen (vrouwelijke monniken) Augustinessen leefden hier tot 1965 door tralies gescheiden van de rest van de wereld. Een leven van stilte, gebed en dagelijkse arbeid. In 1960 waren er 13 zusters. Vijf daarvan woonden eerst bij de paters in een klooster bij Maarssen.

Om in hun levensonderhoud te voorzien onderhielden de zusters een grote moestuin. Zuster Theofoor had voordat zij intrad bekendheid als kunstenares verworven onder haar meisjesnaam Ans van Zeijst. Zij had in het klooster haar eigen atelier. Daar ontwierp zij liturgische gewaden, bidprentjes, keramiek, tafels en stoelen. Ook zorgde zij voor de bijzondere inrichting van de kapel. Een deel van haar ontwerpen werden in het klooster vervaardigd en verkocht. De verkoop ervan was een belangrijke bron van inkomsten voor het klooster.

De grond waarop het klooster werd gebouwd was geschonken door een rijke boer in de omgeving. Andere boeren brachten gratis melk en andere noodzakelijke voedingsmiddelen naar het klooster.

Zuster Josephine Boevé: “We mochten echt niet naar buiten. De eerste zeven jaren na mijn intreding ben ik ook niet buiten geweest. Ja, wel in de afgesloten kloostertuin met moestuin en boomgaard. Of als je de taak had om de ramen te wassen. Er zijn hier zoveel ramen dat je ongeveer een jaar bezig was alles te zemen binnen en buiten. Je mocht ook niet naar buiten ter bescherming van de vrouwen. Maar het was ook traditie. Alleen voor tandarts en dokter mochten we naar buiten. Die tralies waren niet zo erg, maar wel als je bezoek kreeg. Dan zaten we gescheiden door een dubbel traliehek. Met een ladesysteem er onder. Dan kon er kleiding of eten door gegeven worden. Op een gegeven moment had ik een klein nichtje er bij gekregen. Haar ouders kwamen haar showen. Via de lade werd ook zij even doorgegeven. Kon ik haar even vasthouden. Paus Johannes bracht vernieuwing, ook de kloosters gingen open. En wat zo bijzonder was dat de jonge zusters zich verzetten tegen die vernieuwing. Zij zeiden: hebben we daar zoveel moeite voor gedaan om in te treden? Maar de oudere zusters vonden het heerlijk. Eindelijk naar buiten. Liepen ze in hun habijt over straat, kregen soms voorrang in winkels”. En ze zei er achteraan: “Wat is dit anders als je die lieve moslima’s nu ziet”.

Wat trok zuster Boevé aan om intrede te doen? “Het kloosterleven was interessant , vooral ook omdat je wist dat er overal kloosters waren en dat er overal 7 keer per dag gebeden werd. Steeds een uurtje later, net een ketting. Dat je meedeed met dit wereldwijde gebeuren. Na een jaar van voorbereiding mocht je de echte intreding doen. Je werd dan de bruid van God. Ik had toen ook de bruidsjurk van een zus van mij aan. Er was wel een bijzondere cultuur. Tijdens de recreatie praatte je met de andere zusters over van alles en nog wat, behalve over jezelf. Toen ik een keer naar het ziekenhuis moest, wist niemand wat er aan de hand was. Pas later werd dat verteld.

Bij haar intreding kreeg Josephine haar nieuwe naam: Elisabeth, dat betekent “huis van God”. Ze voelde bij die naam een zware verantwoordelijkheid op haar drukken. Maar mijn doopnaam Josephine (betekent Heilige Moed) heeft mij geholpen.

“Ik ben tot 1974 zuster gebleven. Langzamerhand groeide ik het kloosterleven uit. Ook door de vele contacten buiten. Ik begon een 4-jarige opleiding koor muziek en werd dirigent. Maar mijn hart ligt ook nog steeds hier. Daarom ben ik nu als vrijwilliger gids in dit mooie gebouw, dat momenteel een prachtig conferentiecentrum, genaamd “Samaya” , is. De sfeer in het lichte en zonnige gebouw is behouden en er is respect voor wat het was”.

Ronald van Gemeren


 

Josephine Boevé (foto's Ronald van Gemeren)




Printerversie